Waar is het democratisch conflict gebleven?
Boekbespreking

28 september 2026
Annemarie van den Brink

Als ik vrienden vraag of zij zich verbonden voelen met een politieke partij, krijg ik zelden een overtuigend antwoord. Eerlijk is eerlijk, al werk ik zelf bij een politiek-wetenschappelijke instelling, die twijfel herken ik wel. We vinden het moeilijk ons echt aan een partij te verbinden. 

Ik vond daar wat van, ook tegenover mezelf. Als je de tijd en ruimte hebt om te volgen wat er politiek gezien speelt, dan is het je burgerlijke plicht dat ook te doen. Democratie maken we namelijk met z’n allen. Daardoor zag ik die twijfel – ook die van mezelf – al snel als besluiteloosheid en soms zelfs als desinteresse. 

Na het lezen van Wat iedereen aangaat. Hoe de democratie wordt afgebroken en hoe we haar vernieuwen van journalist Mark Lievisse Adriaanse, ben ik daar anders naar gaan kijken. Het boek zette een gedachte verder op scherp. Misschien ligt het probleem niet alleen bij de kiezer, misschien zit er iets fundamentelers achter: er valt steeds minder te kiezen. 

Die gedachte is niet nieuw. In Waardenloze politiek beschrijft politicoloog Tom van der Meer hoe middenpartijen de kunst van het politieke conflict zijn kwijtgeraakt. Door zich op bestuurbaarheid, technocratische oplossingen en een zo groot mogelijke groep kiezers te richten, werden zij steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden. Waar Van der Meer laat zien hoe politieke partijen het inhoudelijke conflict hebben verwaarloosd, maakt Lievisse Adriaanse zichtbaar hoe dat conflict is begrensd door de groeiende macht van kapitaal en markten.

Er valt dus weinig te kiezen. Dat klinkt vreemd in een veel-partijenstelsel als het Nederlandse. Het aanbod is immers groot. Maar ondanks onderlinge verschillen bewegen veel partijen zich binnen dezelfde politieke en economische grenzen. Juist die grenzen stelt Lievisse Adriaanse ter discussie.

Van democratie naar ‘kapitalocratie’

Zijn centrale stelling is dat de democratie de afgelopen vijftig jaar langzaam is uitgehold. Macht die bij burgers en democratische instituties lag, is verschoven naar multinationals, financiële markten en supranationale instellingen. De politieke besluitvorming is daardoor steeds verder verwijderd geraakt van degenen die de gevolgen ervan ondervinden.

Geen economie kan zonder staatsbemoeienis. De vraag is niet óf de staat zich met de economie bemoeit, maar met welk doel en in wiens belang. Waar brede welvaart ooit centraal stond, faciliteert de overheid nu vooral private rijkdom, stelt Lievisse Adriaanse. De baten komen bij een relatief kleine groep terecht, terwijl de risico’s en kosten door iedereen worden gedragen.

Hij noemt het resultaat een ‘kapitalocratie’: een samenleving waarin kapitaalbezitters meer invloed hebben dan burgers. Dat begrip klinkt zwaar, maar het helpt wel om te begrijpen waarom politieke besluitvorming zo vaak machteloos lijkt tegenover grote economische belangen. Nationale regeringen presenteren ontwikkelingen als marktwerking, globalisering en Europese economische integratie geregeld als onvermijdelijk. Daarmee verdwijnen wezenlijke politieke keuzes uit beeld. Het kapitalisme wordt niet meer als één mogelijke inrichting van de economie besproken, maar als de natuurlijke orde waarbinnen hoogstens nog kleine correcties mogelijk zijn. 

Lievisse Adriaanse stelt een belangrijke vraag: waarover mogen we als samenleving nog werkelijk beslissen? Democratie betekent meer dan eens in de vier jaar een vakje rood kleuren. Ze bestaat bij de gratie van conflict. Niet een ruzie om de ruzie, maar een open strijd tussen verschillende ideeën over de samenleving.

Politiek zonder botsende ideeën

Dit democratische conflict is grotendeels uit de politiek verdwenen. De fundamentele vraag “Wat voor samenleving willen wij?” staat nauwelijks nog centraal. In plaats daarvan discussiëren partijen vaak over de uitvoering van beleid waarvan de belangrijkste uitgangspunten al vaststaan. 

Ook politieke partijen zelf zijn meegegaan in de logica van de markt. Onderzoek naar Nederlandse verkiezingscampagnes laat zien dat partijen steeds meer investeren in advertenties, peilingen en adviseurs die hun boodschap op kiezers afstemmen. Partijen lijken daardoor meer op marketingbureaus dan op verenigingen van burgers die vanuit een gedeelde ideologie de samenleving willen vormgeven. 

Het verdwijnen van het economisch conflict betekent overigens niet dat het politieke conflict weg is. Het keert terug in een andere vorm. Autocratische en cultureel-populistische bewegingen formuleren duidelijke tegenstellingen waar gevestigde partijen dat lange tijd niet deden. Zij plaatsen bijvoorbeeld ‘het volk’ tegenover ‘de elite’ of nationale identiteit tegenover migratie en Europese samenwerking. Het einde van de neoliberale wereldorde lijkt daardoor niet in de eerste plaats langs economische, maar langs culturele lijnen te worden uitgevochten. Wanneer democratische politiek geen geloofwaardige strijd over economische macht organiseert, wordt de maatschappelijke onvrede door anderen gekanaliseerd.

Lievisse Adriaanse pleit daarom voor een radicale democratisering van politiek, economie en maatschappij. “Wat iedereen aangaat, moet door iedereen besloten worden.” Burgers moeten niet alleen meer invloed krijgen op politieke besluitvorming, maar ook op economische organisaties en maatschappelijke voorzieningen die hun dagelijks leven bepalen. De democratie moet uitgebreid worden naar terreinen die nu grotendeels aan publieke zeggenschap zijn onttrokken.

Er moet weer iets op het spel staan

Lievisse Adriaanse is op zijn sterkst in zijn diagnose. Hij laat scherp zien hoe economische macht ten koste is gegaan van politieke macht en hoe het democratische conflict daardoor uit de politiek is verdwenen. Wat betreft de weg terug is hij minder overtuigend. Hij wijst verschillende richtingen, maar juist het tweede deel van de ondertitel — hoe we haar vernieuwen — had een grondigere verdieping verdiend. Radicale democratisering vraagt om meer dan een richtinggevend ideaal. Wie krijgt welke zeggenschap, via welke instituties en ten koste van welke bestaande macht? Precies daar begint het moeilijke werk. 

Wat iedereen aangaat laat zien dat de vervreemding van de politiek niet het gevolg is van ongeïnteresseerde of wispelturige burgers. Veel mensen zijn wel degelijk politiek betrokken, maar herkennen zichzelf niet meer in partijen die hun fundamentele keuzes nauwelijks zichtbaar maken. Hun twijfel is daarmee vooral een symptoom van een verzwakte democratie.

Na het lezen kijk ik daarom ook anders, en milder, naar de moeite die mensen kunnen hebben om zich aan een politieke partij te verbinden. Dat men zich niet gemakkelijk aan een partij verbindt, betekent niet automatisch dat men niet geïnteresseerd is of geen keuze wil maken. Het kan ook betekenen dat duidelijke en wezenlijk verschillende alternatieven missen. Niet iedere kiezer hoeft zich in ieder standpunt te herkennen. Juist niet. Onenigheid hoort bij de democratie. Maar er moet wel iets op het spel staan. Want pas als er werkelijk iets te kiezen valt, kunnen burgers zich ook weer met een keuze verbinden.

Bronnen

Lievisse Adriaanse, M. (2025). Wat iedereen aangaat: Hoe de democratie wordt afgebroken en hoe we haar vernieuwen. De Bezige Bij.

Van der Meer, T. (2024). Waardenloze politiek: Hoe de Nederlandse politiek de kunst van het conflict verloor. Querido.

Walters, A. & van Praag, P. (2024). Professionalization and personalization in Dutch politcal campaigning. In S. de Lange, T. Louwerse, P. ‘t Hart, & C. van Ham (Eds.), The Oxford handbook of Dutch politics (pp. 403-419). Oxford University Press. https://www.dare.uva.nl/id/aa53e8e5-9636-4ac0-95c2-816cccf5401f


Meer

Column

Toekomstmuziek

Berrie van der Molen

Lees de column

Achtergrondartikel

Tussen gemak en ongemak
25 burgers over hun ervaring met generatieve AI
s het artikel

Lees het artikel